Registratienummers voor haringschepen

Tot 1882 voerden alleen de haringschepen een registratienummer.

Van 1834 tot en met 1872 nam Middelharnis deel aan de haringvisserij.

De letters MH stonden van 1834 tot en met 1840 voor Middelharnis. MH 1 Waakzaamheid was in 1834 het eerste haringschip. MH 2 Zeeland kwam er in 1838 bij.
Van 1840 tot en met 1848 hanteerde men de letters MS; in 1849 werd het MHS

Het maximale aantal haringschepen vanuit Middelharnis was zes. Dit was in 1867.

MHS 1 Op Hoop van Zegen Wed. C. Kolff en Zoon
MHS 2 Waakzaamheid P.L. Slis
MHS 3 Tweelingen Wed. C. Kolff en Zoon
MHS 4 Onbestendigheid P.L. Slis
MHS 5 Dankbaarheid Wed. C. Kolff en Zoon
MHS 6 Maria Cornelia P.L. Slis

MH 1 Waakzaamheid. Aquarel voorstellende ‘”Thuisreis van de wel gebouwd hoekerbuis genaamd De Waakzaamheit gevoert door H. Verschoor”, toegeschreven aan Arij Storm, datering circa 1835.(Museum Vlaardingen)

Verplichte registratienummers voor alle vissersschepen op de Noordzee
Op 6 mei 1882 kwamen de landen rond de Noordzee in Den Haag overeen dat alle vissersschepen die werkzaam waren op de Noordzee moesten worden geregistreerd in de gemeente van hun thuishaven, en worden voorzien van een uniek kenteken dat duidelijk zichtbaar moest worden gevoerd. De gemeente Middelharnis legde in 1882 een register van de ingeschreven schepen aan.
De thuishavens van de vissersschepen zijn af te leiden uit de letters die voor op het schip zijn aangebracht. Voor Middelharnis gold de afkorting MD.

De nummers konden opnieuw gebruikt worden als ze vrij kwamen door verkoop, sloop of vergaan van een schip.

naam nummer 1e vermelding rederij
Waakzaamheid MD 1 1882 P.L. Slis en Zoon
Luctor et Emergo MD 1 1898 P.L. Slis en Zoon
Maria Cornelia MD 2 1882 P.L. Slis en Zoon
Doggersbank MD 2 1897 P.L. Slis en Zoon
Prinses Juliana MD 2 1910 P.L. Slis en Zoon
Nijverheid MD 3 1882 P.L. Slis en Zoon
Anna MD 3 1903 Wed. C. Kolff en Zoon
Volharding MD 4 1882 P.L. Slis en Zoon
Theodora Emmerentia MD 4 1905 P.L. Slis en Zoon
Onbestendigheid MD 5 1882 P.L. Slis en Zoon
Titia Jacoba MD 6 1882 P.L. Slis en Zoon
Wilhelmina MD 6 1912 A. Kruijs (Dordrecht)
Bedachtzaamheid MD 7 1882 P.L. Slis en Zoon
Toekomst MD 7 1894 P.L. Slis en Zoon
Burgemeester Mijs MD 7 1907 Wed. C. Kolff en Zoon
Willem de Zwijger MD 8 1882 P.L. Slis en Zoon
Toekomst MD 8 1900 P.L. Slis en Zoon
Albatros MD 8 1911 P.L. Slis en Zoon
Dankbaarheid MD 9 1882 Wed. C. Kolff en Zoon
Middelharnis MD 9 1889 Wed. C. Kolff en Zoon
Tweelingen MD 10 1882 Wed. C. Kolff en Zoon
Johanna Hendrika MD 10 1897 Wed. C. Kolff en Zoon
Hendrika Adriana MD 11 1882 Wed. C. Kolff en Zoon
Oranje Nassau MD 11 1911 Wed. C. Kolff en Zoon
Twee Cornelissen MD 12 1882 Wed. C. Kolff en Zoon
Zeemeeuw MD 12 1888 Wed. C. Kolff en Zoon
Adriana Lumina MD 13 1882 Wed. C. Kolff en Zoon
Voorlichter MD 13 1902 Wed. C. Kolff en Zoon
Noord Over MD 14 1882 Wed. C. Kolff en Zoon
Paul Kruger MD 14 1901 Wed. C. Kolff en Zoon
Ulbo MD 15 1882 Wed. C. Kolff en Zoon
Poolster MD 15 1897 Wed. C. Kolff en Zoon
Op Hoop van Zegen MD 16 1882 Wed. C. Kolff en Zoon
Emma en Anna MD 17 1882 Wed. C. Kolff en Zoon
Zeemanshoop MD 18 1882 Wed. C. Kolff en Zoon
Vertrouwen MD 28 1886 P.L. Slis en Zoon
Eben Haëzer MD 32 1884 Wed. C. Kolff en Zoon
Noordster MD 32 1904 Wed. C. Kolff en Zoon
Lientje en Cornelis/Pionier MD 35 1891/1894 K.J. Meijer/ P.L. Slis en Zoon
MD 8 Albatros van rederij P.L. Slis en Zoon

© Marlies Jongejan, november 2023

Verantwoording:

Naamlijst der haring-schepen in Zuid- en Noord-Holland uitgerust, benevens derzelver boekhouders en stuurlieden, jaargangen 1834-1871.

Register voor vissersvaartuigen (vanaf 1882). Streekarchief Goeree-Overflakkee, Archief Gemeente Middelharnis, inv. nr. 1736.

Sloepen van Middelharnis, 1834-1923. Handgeschreven overzicht.  Aanwezig in Maritiem Museum Rotterdam. Incompleet tot 1887. Opmerking: dit schrift draagt de titel “Sloepen van Middelharnis”. Tot 1887 bevat het overzicht echter uitsluitend de haringschepen. De auteur, waarschijnlijk Hendrik de Korte Johsz, heeft zich gebaseerd op de Naamlijst van haringrederijen (zie hierboven) . Hierin werd pas vanaf 1887 de overige Noordzeevloot vermeld